Every form of the Dutch verb beginnen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | begin | begon | ben begonnen |
| jij / je | begint | begon | bent begonnen |
| hij / zij / het | begint | begon | is begonnen |
| wij / we | beginnen | begonnen | zijn begonnen |
| jullie | beginnen | begonnen | zijn begonnen |
| zij (mv) | beginnen | begonnen | zijn begonnen |
Imperative (gebiedende wijs): begin!
The simple past of beginnen is "begon" (singular) and "begonnen" (plural). The past participle is "begonnen", used with the auxiliary zijn in the perfect tense.
beginnen is an irregular (strong) verb — its past and participle change the vowel, so they are memorised.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.