Every form of the Dutch verb betalen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | betaal | betaalde | heb betaald |
| jij / je | betaalt | betaalde | hebt betaald |
| hij / zij / het | betaalt | betaalde | heeft betaald |
| wij / we | betalen | betaalden | hebben betaald |
| jullie | betalen | betaalden | hebben betaald |
| zij (mv) | betalen | betaalden | hebben betaald |
Imperative (gebiedende wijs): betaal!
The simple past of betalen is "betaalde" (singular) and "betaalden" (plural). The past participle is "betaald", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
betalen is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.