Every form of the Dutch verb delen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | deel | deelde | heb gedeeld |
| jij / je | deelt | deelde | hebt gedeeld |
| hij / zij / het | deelt | deelde | heeft gedeeld |
| wij / we | delen | deelden | hebben gedeeld |
| jullie | delen | deelden | hebben gedeeld |
| zij (mv) | delen | deelden | hebben gedeeld |
Imperative (gebiedende wijs): deel!
The simple past of delen is "deelde" (singular) and "deelden" (plural). The past participle is "gedeeld", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
delen is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.