Every form of the Dutch verb proberen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | probeer | probeerde | heb geprobeerd |
| jij / je | probeert | probeerde | hebt geprobeerd |
| hij / zij / het | probeert | probeerde | heeft geprobeerd |
| wij / we | proberen | probeerden | hebben geprobeerd |
| jullie | proberen | probeerden | hebben geprobeerd |
| zij (mv) | proberen | probeerden | hebben geprobeerd |
Imperative (gebiedende wijs): probeer!
The simple past of proberen is "probeerde" (singular) and "probeerden" (plural). The past participle is "geprobeerd", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
proberen is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.