Skip to content

Conjugate studeren

Every form of the Dutch verb studeren — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.

studeren

regularauxiliary: hebbenparticiple: gestudeerd
 Presenttegenwoordige tijdSimple pastverleden tijdPerfectvoltooid tegenw. tijd
ikstudeerstudeerdeheb gestudeerd
jij / jestudeertstudeerdehebt gestudeerd
hij / zij / hetstudeertstudeerdeheeft gestudeerd
wij / westuderenstudeerdenhebben gestudeerd
julliestuderenstudeerdenhebben gestudeerd
zij (mv)studerenstudeerdenhebben gestudeerd

Imperative (gebiedende wijs): studeer!

About this verb

What is the past tense of "studeren"?

The simple past of studeren is "studeerde" (singular) and "studeerden" (plural). The past participle is "gestudeerd", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.

Is "studeren" a regular or irregular Dutch verb?

studeren is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.

Master every verb in context.

Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.