Every form of the Dutch verb studeren — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | studeer | studeerde | heb gestudeerd |
| jij / je | studeert | studeerde | hebt gestudeerd |
| hij / zij / het | studeert | studeerde | heeft gestudeerd |
| wij / we | studeren | studeerden | hebben gestudeerd |
| jullie | studeren | studeerden | hebben gestudeerd |
| zij (mv) | studeren | studeerden | hebben gestudeerd |
Imperative (gebiedende wijs): studeer!
The simple past of studeren is "studeerde" (singular) and "studeerden" (plural). The past participle is "gestudeerd", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
studeren is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.