Skip to content

Conjugate timmeren

Every form of the Dutch verb timmeren — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.

timmeren

regularauxiliary: hebbenparticiple: getimmerd
 Presenttegenwoordige tijdSimple pastverleden tijdPerfectvoltooid tegenw. tijd
iktimmertimmerdeheb getimmerd
jij / jetimmerttimmerdehebt getimmerd
hij / zij / hettimmerttimmerdeheeft getimmerd
wij / wetimmerentimmerdenhebben getimmerd
jullietimmerentimmerdenhebben getimmerd
zij (mv)timmerentimmerdenhebben getimmerd

Imperative (gebiedende wijs): timmer!

About this verb

What is the past tense of "timmeren"?

The simple past of timmeren is "timmerde" (singular) and "timmerden" (plural). The past participle is "getimmerd", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.

Is "timmeren" a regular or irregular Dutch verb?

timmeren is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.

Master every verb in context.

Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.