Every form of the Dutch verb vergelijken — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | vergelijk | vergeleek | heb vergeleken |
| jij / je | vergelijkt | vergeleek | hebt vergeleken |
| hij / zij / het | vergelijkt | vergeleek | heeft vergeleken |
| wij / we | vergelijken | vergeleken | hebben vergeleken |
| jullie | vergelijken | vergeleken | hebben vergeleken |
| zij (mv) | vergelijken | vergeleken | hebben vergeleken |
Imperative (gebiedende wijs): vergelijk!
The simple past of vergelijken is "vergeleek" (singular) and "vergeleken" (plural). The past participle is "vergeleken", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
vergelijken is an irregular (strong) verb — its past and participle change the vowel, so they are memorised.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.