Every form of the Dutch verb waarderen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.
| Presenttegenwoordige tijd | Simple pastverleden tijd | Perfectvoltooid tegenw. tijd | |
|---|---|---|---|
| ik | waardeer | waardeerde | heb gewaardeerd |
| jij / je | waardeert | waardeerde | hebt gewaardeerd |
| hij / zij / het | waardeert | waardeerde | heeft gewaardeerd |
| wij / we | waarderen | waardeerden | hebben gewaardeerd |
| jullie | waarderen | waardeerden | hebben gewaardeerd |
| zij (mv) | waarderen | waardeerden | hebben gewaardeerd |
Imperative (gebiedende wijs): waardeer!
The simple past of waarderen is "waardeerde" (singular) and "waardeerden" (plural). The past participle is "gewaardeerd", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.
waarderen is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.
Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.