Skip to content

Conjugate wandelen

Every form of the Dutch verb wandelen — present, past and perfect — with the participle and auxiliary.

wandelen

regularauxiliary: hebbenparticiple: gewandeld
 Presenttegenwoordige tijdSimple pastverleden tijdPerfectvoltooid tegenw. tijd
ikwandelwandeldeheb gewandeld
jij / jewandeltwandeldehebt gewandeld
hij / zij / hetwandeltwandeldeheeft gewandeld
wij / wewandelenwandeldenhebben gewandeld
julliewandelenwandeldenhebben gewandeld
zij (mv)wandelenwandeldenhebben gewandeld

Imperative (gebiedende wijs): wandel!

About this verb

What is the past tense of "wandelen"?

The simple past of wandelen is "wandelde" (singular) and "wandelden" (plural). The past participle is "gewandeld", used with the auxiliary hebben in the perfect tense.

Is "wandelen" a regular or irregular Dutch verb?

wandelen is a regular (weak) verb — it follows the standard stem + -te/-de and ge-…-t/d pattern.

Master every verb in context.

Practise Dutch verbs in real A2 writing and speaking tasks, AI-graded, alongside all five DUO exam sections.