Skip to content
01Werkwoorden · Grammar

Dutch irregularverbs, all of them.

The 121strong verbs you can't guess — lopen → liep → gelopen, not “loopte”. Infinitive, past, participle and the hebben/zijn auxiliary in one searchable table, plus a quiz on the participles.

InfinitivePastParticipleAux
zijnto bewas · warengeweestzijn
hebbento havehad · haddengehadhebben
wordento becomewerd · werdengewordenzijn
kunnento be able tokon · kondengekundhebben
moetento have tomoest · moestengemoetenhebben
mogento be allowed tomocht · mochtengemogenhebben
willento wantwilde · wildengewildhebben
zullenshall / willzou · zoudenhebben
gaanto goging · gingengegaanzijn
staanto standstond · stondengestaanhebben
doento dodeed · dedengedaanhebben
ziento seezag · zagengezienhebben
slaanto hitsloeg · sloegengeslagenhebben
zeggento sayzei · zeidengezegdhebben
brengento bringbracht · brachtengebrachthebben
denkento thinkdacht · dachtengedachthebben
kopento buykocht · kochtengekochthebben
zoekento searchzocht · zochtengezochthebben
wetento knowwist · wistengewetenhebben
vragento askvroeg · vroegengevraagdhebben
jagento huntjoeg · joegengejaagdhebben
lachento laughlachte · lachtengelachenhebben
bakkento bakebakte · baktengebakkenhebben
hetento be calledheette · heettengehetenhebben
blijvento staybleef · blevengeblevenzijn
schrijvento writeschreef · schrevengeschrevenhebben
kijkento lookkeek · kekengekekenhebben
krijgento getkreeg · kregengekregenhebben
stijgento risesteeg · stegengestegenzijn
zwijgento be silentzweeg · zwegengezwegenhebben
rijdento drivereed · redengeredenhebben/zijn
snijdento cutsneed · snedengesnedenhebben
lijdento sufferleed · ledengeledenhebben
bijtento bitebeet · betengebetenhebben
verdwijnento disappearverdween · verdwenenverdwenenzijn
schijnento shine / seemscheen · schenengeschenenhebben
wijzento pointwees · wezengewezenhebben
prijzento praiseprees · prezengeprezenhebben
grijpento grabgreep · grepengegrepenhebben
begrijpento understandbegreep · begrepenbegrepenhebben
kiezento choosekoos · kozengekozenhebben
verliezento loseverloor · verlorenverlorenhebben/zijn
vriezento freezevroor · vrorengevrorenhebben
biedento offerbood · bodengebodenhebben
verbiedento forbidverbood · verbodenverbodenhebben
gietento pourgoot · gotengegotenhebben
genietento enjoygenoot · genotengenotenhebben
schietento shootschoot · schotengeschotenhebben
vliegento flyvloog · vlogengevlogenhebben/zijn
bedriegento deceivebedroog · bedrogenbedrogenhebben
ruikento smellrook · rokengerokenhebben
buigento bendboog · bogengebogenhebben
duikento divedook · dokengedokenhebben/zijn
fluitento whistlefloot · flotengeflotenhebben
schuivento push / slideschoof · schovengeschovenhebben
sluitento closesloot · slotengeslotenhebben
kruipento crawlkroop · kropengekropenhebben/zijn
sluipento sneaksloop · slopengeslopenhebben/zijn
nemento takenam · namengenomenhebben
gevento givegaf · gavengegevenhebben
lezento readlas · lazengelezenhebben
etento eatat · atengegetenhebben
metento measuremat · matengemetenhebben
vergetento forgetvergat · vergatenvergetenhebben/zijn
sprekento speaksprak · sprakengesprokenhebben
brekento breakbrak · brakengebrokenhebben/zijn
stekento sting / stabstak · stakengestokenhebben
stelento stealstal · stalengestolenhebben
bevelento commandbeval · bevalenbevolenhebben
komento comekwam · kwamengekomenzijn
drinkento drinkdronk · dronkengedronkenhebben
zingento singzong · zongengezongenhebben
zinkento sinkzonk · zonkengezonkenzijn
springento jumpsprong · sprongengesprongenhebben/zijn
vindento findvond · vondengevondenhebben
bindento tiebond · bondengebondenhebben
winnento winwon · wonnengewonnenhebben
beginnento beginbegon · begonnenbegonnenzijn
zwemmento swimzwom · zwommengezwommenhebben/zijn
schenkento pour / giveschonk · schonkengeschonkenhebben
klinkento soundklonk · klonkengeklonkenhebben
stinkento stinkstonk · stonkengestonkenhebben
dwingento forcedwong · dwongengedwongenhebben
zendento sendzond · zondengezondenhebben
zwellento swellzwol · zwollengezwollenzijn
lopento walkliep · liepengelopenhebben/zijn
roepento callriep · riepengeroepenhebben
slapento sleepsliep · sliepengeslapenhebben
latento letliet · lietengelatenhebben
houdento hold / likehield · hieldengehoudenhebben
vallento fallviel · vielengevallenzijn
blazento blowblies · bliezengeblazenhebben
helpento helphielp · hielpengeholpenhebben
werpento throwwierp · wierpengeworpenhebben
hangento hanghing · hingengehangenhebben
vangento catchving · vingengevangenhebben
stervento diestierf · stiervengestorvenzijn
bedervento spoilbedierf · bediervenbedorvenhebben/zijn
zwervento wanderzwierf · zwiervengezworvenhebben
trekkento pulltrok · trokkengetrokkenhebben
vechtento fightvocht · vochtengevochtenhebben
vlechtento braidvlocht · vlochtengevlochtenhebben
schrikkento be startledschrok · schrokkengeschrokkenzijn
geldento apply / be validgold · goldengegoldenhebben
scheldento curseschold · scholdengescholdenhebben
smeltento meltsmolt · smoltengesmoltenhebben/zijn
treffento hit / meettrof · troffengetroffenhebben
scherento shaveschoor · schorengeschorenhebben
bergento storeborg · borgengeborgenhebben
wervento recruitwierf · wiervengeworvenhebben
dragento carry / weardroeg · droegengedragenhebben
varento sailvoer · voerengevarenhebben/zijn
gravento diggroef · groevengegravenhebben
wegento weighwoog · wogengewogenhebben
bewegento movebewoog · bewogenbewogenhebben
zwerento swearzwoer · zwoerengezworenhebben
liggento lie (down)lag · lagengelegenhebben
zittento sitzat · zatengezetenhebben
biddento praybad · badengebedenhebben
scheppento createschiep · schiepengeschapenhebben
wassento washwaste · wastengewassenhebben
02Common questions

What is an irregular verb in Dutch?

Most Dutch verbs are regular (weak): you form the past tense with -te or -de and the participle with ge-…-t/-d. Irregular (strong) verbs break that rule with a vowel change instead — lopen becomes liep and gelopen, not 'loopte'. There's no reliable rule for which vowel you get, so these verbs have to be memorised. This list gathers the common ones.

How many irregular verbs does Dutch have?

There are roughly 200 strong and irregular verbs in Dutch, but you'll meet the same core group again and again. This table has the 120-plus you actually need for A2 and daily life — zijn, hebben, gaan, komen, zien, lopen, and the productive vowel-change families like blijven/bleef/gebleven and drinken/dronk/gedronken.

When do you use hebben and when zijn in the perfect?

Most verbs take hebben (ik heb gewerkt). You use zijn with verbs of movement toward a goal and change of state: gaan, komen, vallen, worden, sterven, beginnen. Some verbs take both depending on meaning — ik heb gelopen (I walked, activity) versus ik ben naar huis gelopen (I walked home, destination). The table marks each verb's auxiliary.

What's the fastest way to learn Dutch irregular verbs?

Group them by their vowel pattern rather than learning them alphabetically. Once you see that schrijven→schreef→geschreven, blijven→bleef→gebleven and kijken→keek→gekeken all follow the same ij→ee→e shape, whole families click at once. Use the list to spot the patterns, then the quiz to lock in the participles.

Beyond the list

Conjugate any verb, in every tense.

The full course has a verb conjugator, grammar and all five DUO sections — Reading, Listening, Writing, Speaking and KNM.

Start now →Practise the full inburgeringsexamen in one place.