Wat Schrijven op B1 van je vraagt
Bij het onderdeel Schrijven van Staatsexamen NT2 Programma I laat je zien dat je praktische berichten kunt typen voor werk, studie en het dagelijks leven. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) maakt de examens en toetst of je boodschap begrijpelijk en volledig overkomt. Je schrijft meestal korte e-mails aan een collega, een opleiding of een bedrijf. Deze e-mails hoeven niet ondertekend te worden met je naam.
Het CvTE geeft geen streefaantal woorden voor de teksten. Je hoeft dus geen opstellen van 80 woorden te schrijven om punten te halen. Wat telt, is dat je antwoord geeft op alle punten uit de opdracht. Vraagt de opdracht om twee redenen of twee oplossingen, noem er dan ook minimaal twee. Details die niet in de opdracht staan, mag je zelf verzinnen.
Kopiëren levert geen punten op. Als je hele zinnen letterlijk overneemt uit de situatiebeschrijving, telt de beoordelaar die zinnen niet mee.
In vier van de acht korte zinstaken dwingt het woord vlak voor het invulvak een vaste grammaticale constructie af:
- Een hoofdzin na het voegwoord "want"
- Een bijzin na het voegwoord "zodat"
- Een hoofdzin met inversie na een signaalwoord zoals "daarom"
- Een constructie met "te + infinitief" na het woord "om"
Zo is het onderdeel opgebouwd en zoveel tijd krijg je
Voor het hele examen Schrijven krijg je 100 minuten de tijd om 12 verschillende opgaven te maken. Je typt alle teksten op een computer in het toetsprogramma Facet.
Je kiest zelf de volgorde. Je zit niet vast aan een verplichte route en kunt tijdens de zitting direct heen en weer bladeren tussen de opgaven. De eerste acht taken zijn zinstaken, waarin je een korte situatie leest en één gerichte zin typt. Opgave 9 en 10 zijn deelschrijftaken. In de meeste examenjaren vul je bij opgave 9 een digitaal formulier in en schrijf je bij opgave 10 een kort bericht. Opgaven 11 en 12 zijn korte schrijftaken waarin je een langere e-mail opstelt, zoals een klachtbrief over een aankoop of een motivatie voor een stageplek.
Omdat de ontvanger van je e-mail de bijgevoegde afbeeldingen of tabellen niet te zien krijgt, moet je de situatie en je keuzes altijd zelfstandig en helder in je eigen lopende zinnen uitleggen.
Je mag tijdens het examen het Van Dale Pocketwoordenboek NT2 gebruiken.
Zo wordt het beoordeeld en dit is de cesuur
Twee getrainde beoordelaars van het CvTE kijken je examen na met een vast beoordelingsmodel. Elk onderdeel krijgt punten voor inhoud en voor vorm. De zinstaken leveren maximaal 2 punten per stuk op, verdeeld over begrijpelijkheid en grammaticale correctheid. Krijg je voor de inhoud van een zinstaak 0 punten, dan vervallen de punten voor grammatica automatisch. De langere opgaven leveren maximaal 8 punten op, of 7 punten wanneer de opdracht een formulier betreft. Bij die langere teksten wegen ook samenhang, spelling en woordkeuze mee.
De maximale score voor het examen is 47 punten in jaren met een formulier, of 48 punten wanneer er vier teksten gevraagd worden. De cesuur is 25 van de 47 punten (53,2 procent) of 26 van de 48 punten (54,2 procent). Daarmee heeft Schrijven de laagste cesuur van de vier examenonderdelen van Programma I.
De waarheid van je verhaal telt niet mee voor je score.
Beoordelaars letten vooral op de inhoud van je boodschap. Fouten met het woordgeslacht tussen de en het kosten je geen punten bij grammatica, zolang je zin begrijpelijk blijft. Het weglaten van een lidwoord geldt daarentegen wel als grammaticale fout.
Dit is anders dan bij het A2-inburgeringsexamen
Het Staatsexamen NT2 Programma I is geen moeilijkere versie van het inburgeringsexamen op A2-niveau, maar een ander examen met eigen regels. Wie slaagt voor Staatsexamen NT2 Programma I voldoet direct aan de inburgeringsplicht voor taal en hoeft de A2-taalexamens niet af te leggen. De IND gebruikt dit diploma voor aanvragen rond een verblijfsvergunning of naturalisatie.
Op de website van DUO over Staatsexamen NT2 meld je je aan voor de examendag en bekijk je na afloop de officiële uitslag.
De belangrijkste verschillen tussen beide examens:
- Bij A2 schrijf je 4 taken met pen op papier in 40 minuten, terwijl je bij B1 12 taken op een computer typt in 100 minuten.
- Bij B1 mag je een goedgekeurd papieren woordenboek gebruiken in de examenzaal, terwijl woordenboeken bij A2 verboden zijn.
Zo oefen je: de officiële Facet-oefenomgeving en onze oefenvragen
Een goede voorbereiding begint met het begrijpen van het toetsprogramma en de vaste vraagvormen. Omdat je tijdens het examen alles op een toetsenbord typt, helpt het om vooraf te wennen aan het scherm en het tempo.
Je kunt gratis proefopgaven maken in de officiële Facet-oefenomgeving van het CvTE. Deze omgeving gebruikt dezelfde interface als het echte examen, waardoor je precies ziet hoe je antwoorden invoert en hoe de opgavenlijst werkt.
Op de website van Staatsexamens NT2 vind je daarnaast gepubliceerde examens uit eerdere jaren. Oefen gericht op het herkennen van de vier vaste signaalwoorden bij de zinstaken en leer hoe je een afbeeldingenserie omzet in een duidelijke e-mail zonder losse trefwoorden.