Wie inburgeringsplichtig is
Je bent inburgeringsplichtig als je voor langere tijd in Nederland blijft en niet onder een uitzondering valt.
De overheid kijkt daarbij onder andere naar je nationaliteit. Kom je niet uit een land van de Europese Unie, en val je ook niet onder een andere uitzondering, dan is de kans groot dat je moet inburgeren. Het doel is dat je Nederlands leert en de Nederlandse samenleving leert kennen, zodat je zo snel mogelijk mee kunt doen en economisch zelfstandig kunt worden.
Voor nieuwkomers die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn, geldt de Wet inburgering 2021. Onder deze wet heeft de gemeente een grote rol. De gemeente begeleidt nieuwkomers bij hun inburgering. Je krijgt een brede intake en daarna maakt de gemeente een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie, het PIP. In dat plan staat welke leerroute je volgt en welke onderdelen je moet doen. Op de pagina van de Rijksoverheid over de nieuwe wet inburgering lees je hoe dat werkt.
Er zijn drie leerroutes. De B1-route is voor taal en meedoen via werk of vrijwilligerswerk. De onderwijsroute is vooral voor jongeren die verder willen leren. De zelfredzaamheidsroute is voor mensen voor wie de andere routes te moeilijk zijn. Kennis van de Nederlandse maatschappij hoort bij alle leerroutes.
Soms begint inburgering al vóór je komst naar Nederland. Dat geldt in twee situaties: als je bij je partner in Nederland gaat wonen, of als je geestelijk bedienaar bent, en je ook mvv-plichtig bent. Dan begin je al in het land waar je nog woont met het basisexamen inburgering in het buitenland. Je doet dat examen bij de Nederlandse ambassade of het consulaat, of in een buurland als daar geen Nederlandse vertegenwoordiging is.
Wie niet hoeft in te burgeren
Niet iedereen heeft een inburgeringsplicht.
Je hoeft niet verplicht in te burgeren als je de nationaliteit hebt van een land uit de EU, of van Liechtenstein, Noorwegen, IJsland of Zwitserland. Ook familieleden die hun verblijfsrecht van een EU-, EER- of Zwitserse burger afleiden, vallen niet onder de inburgeringsplicht.
Daarnaast zijn er groepen die ook geen inburgeringsplicht hebben. Dat zijn kinderen onder de 18 jaar, mensen boven de pensioengerechtigde leeftijd en mensen die 8 jaar of langer in Nederland woonden toen zij leerplichtig waren. Je hoeft ook niet verplicht in te burgeren als je Nederlandse diploma’s, certificaten of andere bewijsstukken van een bepaalde opleiding in de Nederlandse taal hebt.
Kom je tijdelijk naar Nederland voor een duidelijk tijdelijk doel, zoals studie of werk, dan hoef je meestal ook niet in te burgeren zolang je die tijdelijke verblijfsvergunning hebt. Denk aan werk als kennismigrant, een studieperiode, au pair of uitwisseling. Verandert je verblijfsdoel later naar een niet-tijdelijke verblijfsvergunning, dan kan je situatie veranderen.
Er zijn ook situaties waarin je wel eerst inburgeringsplichtig lijkt, maar toch minder of geen onderdelen hoeft te doen. Dan gaat het om vrijstelling of ontheffing. Vrijstelling betekent dat je al kunt laten zien dat je aan de eis voldoet, bijvoorbeeld met een diploma of omdat je aantoonbaar genoeg ingeburgerd bent. Ontheffing betekent dat je de eis niet redelijk kunt halen, bijvoorbeeld door ziekte, een lichamelijke of psychische beperking, of omdat je ondanks veel inspanning niet kunt slagen. Zo’n verzoek regel je bij DUO via Mijn Inburgering. Tot DUO dat bevestigt, moet je er wel van uitgaan dat je plicht en je termijn gewoon doorlopen.
Hoe je hoort dat je moet inburgeren
Als je moet inburgeren, krijg je daar automatisch bericht over van DUO.
Rijksoverheid zegt dat je automatisch een brief van de Dienst Uitvoering Onderwijs krijgt als je verplicht moet inburgeren. Dat is voor veel mensen het eerste officiële moment waarop duidelijk wordt dat de inburgeringsplicht voor hen geldt. Daarna kun je je persoonlijke situatie volgen via Inburgeren.nl.
Onder de Wet inburgering 2021 krijg je daarna ook te maken met de gemeente. De gemeente begeleidt je bij je inburgering en maakt samen met jou een plan. Dat begint met een brede intake. Daarna stelt de gemeente je PIP op: het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie. In dat plan staat welke leerroute je volgt. Ook staat daarin welke onderdelen je moet doen.
Val je onder de Wet inburgering 2013, dan werkt het anders. Dan regel je meer zelf, zoals het kiezen van een taal- of inburgeringscursus. Voor mensen onder de Wet inburgering 2021 kiest de gemeente samen met jou de leerroute. Dat verschil is groot. Daarom moet je eerst weten onder welke wet je valt.
Je kunt die datum en je persoonlijke situatie terugvinden in Mijn Inburgering. Daar zie je ook welke examens of andere onderdelen voor jou gelden. Op de overzichtspagina van DUO over examen doen staat dat je in Mijn Inburgering kunt zien welke examens je moet doen en onder welke wet je valt.
Woon je nog in het buitenland en hoor je bij de groep die al vóór aankomst moet beginnen, dan krijg je niet eerst begeleiding van de gemeente. In die situatie neem je zelf contact op met de Nederlandse ambassade of het consulaat voor het basisexamen inburgering in het buitenland.
Wat de plicht inhoudt en hoeveel tijd je hebt
De inburgeringsplicht betekent dat je Nederlands leert en de Nederlandse samenleving leert kennen.
Volgens de Rijksoverheid heb je als immigrant na aankomst 3 jaar de tijd om in te burgeren in Nederland. Ook de IND noemt voor de inburgeringsplicht in Nederland die termijn van 3 jaar. In die periode moet je de onderdelen doen die voor jouw situatie gelden.
Hoe die plicht er precies uitziet, hangt af van de wet waaronder je valt. Onder de Wet inburgering 2021 krijg je via de gemeente een leerroute. Dat kan de B1-route zijn, de onderwijsroute of de zelfredzaamheidsroute. Kennis van de Nederlandse maatschappij hoort bij alle leerroutes. Gemeenten bieden statushouders een sluitend aanbod met een leerroute, het participatieverklaringstraject en, bij de B1-route en Z-route, ook de Module Arbeidsmarkt & Participatie. Gezinsmigranten en overige migranten krijgen ook begeleiding van de gemeente, maar zij moeten hun leerroute zelf regelen en betalen.
Geld speelt dus vaak een rol. DUO rekent kosten per examenonderdeel, en bij een herkansing betaal je opnieuw. Het actuele bedrag kan veranderen, daarom moet je het live bedrag altijd op DUO of Inburgeren.nl controleren. Voor lenen bij DUO geldt een maximum van €10.000. Voor statushouders kan die lening worden kwijtgescholden als zij binnen de wettelijke termijn slagen. Gezinsmigranten en overige migranten moeten de lening zelf terugbetalen, tot maximaal 10 jaar en met rente.
Haal je de termijn niet en heb je geen geldige reden voor verlenging, dan kan DUO een boete geven van maximaal €1.250 en de verplichting verlengen. Er zijn wel officiële redenen waardoor je meer tijd kunt krijgen, zoals te weinig kinderopvang, de vaststelling van je PIP terwijl je nog in COA-opvang zit, langdurig werken van minimaal 32 uur per week gedurende minimaal 6 maanden, of de geboorte van een kind.
De oude wet en de nieuwe wet
Welke regels voor jou gelden, hangt af van de datum waarop je inburgeringsplicht begon.
Begon jouw inburgeringsplicht vóór 1 januari 2022, dan val je onder de Wet inburgering 2013. Begon die op of na 1 januari 2022, dan val je onder de Wet inburgering 2021. Dat is de beslissende datum, niet je aankomstdatum en ook niet de datum waarop je een examen doet.
Onder de oude wet regel je meer zelf. De Rijksoverheid zegt dat nieuwkomers die vóór 1 januari 2022 al inburgeringsplichtig waren, zelf informatie vinden over het kiezen van een taal- of inburgeringscursus. Onder de nieuwe wet begeleidt de gemeente je juist actief. Je krijgt dan een brede intake, een PIP en een leerroute die bij je situatie past.
Ook de inhoud van je traject kan verschillen. Op de DUO-pagina over examens staat dat onder de Wet inburgering 2021 het PIP samen met de gemeente wordt gemaakt en dat daarin staat welke examens je moet doen. Op diezelfde pagina staat ook dat voor oudere groepen onder de Wet inburgering 2013 de verplichte onderdelen verschillen per periode waarin je inburgeringsplichtig werd. Voor sommige groepen horen daar ook ONA en PVT bij.
Dit verschil moet je vroeg controleren. Kijk daarom in Mijn Inburgering welke wet voor jou geldt en welke onderdelen jij moet doen. Als je dat niet zeker weet, loop je kans dat je de verkeerde voorbereiding kiest of een onderdeel vergeet dat voor jouw startdatum wel verplicht is.
Nog een verschil: onder de Wet inburgering 2021 begeleiden gemeenten ook gezinsmigranten en overige migranten, maar deze groep betaalt de inburgering altijd zelf. Voor statushouders betaalt de overheid de inburgering.
Inburgering en je verblijfsvergunning
De inburgeringsplicht in Nederland is niet hetzelfde als het inburgeringsvereiste voor een sterkere verblijfsvergunning.
De IND legt uit dat je voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, voor EU-langdurig ingezetene of voor humanitair niet-tijdelijk meestal moet voldoen aan het inburgeringsvereiste. Dat betekent meestal dat je een inburgeringsdiploma nodig hebt. De IND beoordeelt of je aan dit vereiste voldoet. Meer uitleg staat op de IND-pagina over inburgering bij sterkere verblijfsvergunning.
Dat vereiste is dus iets anders dan de gewone inburgeringsplicht. Je kunt al kort na je eerste verblijfsvergunning inburgeringsplichtig zijn, terwijl de IND later apart beoordeelt of je voor een sterkere verblijfsvergunning aan het inburgeringsvereiste voldoet.
Bij een aanvraag voor sterker verblijf kun je soms ook vrijstelling of ontheffing krijgen. De IND noemt onder meer deze situaties: je hebt het inburgeringsdiploma al, je hebt het certificaat inburgering van de Wet inburgering 2021, je hebt de Belgische of Luxemburgse nationaliteit, je bent jonger dan 18 jaar of hebt de AOW-leeftijd bereikt, je hebt 8 jaar of langer in Nederland gewoond tijdens de leerplichtige leeftijd, je hebt een document dat vrijstelling geeft, of je kunt met documenten bewijzen dat je door medische redenen of andere omstandigheden het examen niet kunt halen.
Vraag je zo’n vrijstelling of ontheffing aan bij de IND, dan moet je de juiste bijlage invullen en bewijzen meesturen. De IND vraagt gewaarmerkte kopieën of inzage in de originele documenten aan het loket. Stuur nooit het origineel op.
Wat het KNM-examen hierover vraagt
Bij KNM krijg je vragen over hoe inburgering in Nederland werkt in het dagelijks leven.
Denk aan vragen over wie moet inburgeren, wie is uitgezonderd, welke rol DUO en de gemeente hebben, hoeveel tijd je meestal krijgt en wat het verschil is tussen je inburgeringsplicht en regels rond verblijf. Je moet dus niet alleen woorden leren, maar ook begrijpen welke instantie iets regelt en wanneer jij zelf actie moet nemen. Oefenen met zulke situaties helpt, omdat KNM vaak gaat over herkenbare procedures die je ook buiten het examen nodig hebt.