Wat Lezen op B1 van je vraagt
Het leesexamen op B1-niveau toetst of je zelfstandig langere Nederlandse teksten over werk, opleiding en maatschappelijke onderwerpen kunt begrijpen. Je moet teksten globaal kunnen doornemen voor de grote lijn, intensief kunnen lezen voor details en gericht kunnen zoeken naar specifieke gegevens.
In het examen gebruikt het College voor Toetsen en Examens (CvTE) vier officiële tekstsoorten:
- descriptief: teksten die een onderwerp feitelijk beschrijven of een situatie uitleggen
- beschouwend: teksten die verschillende meningen en perspectieven naast elkaar zetten
- persuasief: teksten met een betoog die een standpunt verdedigen
- instructief: teksten die praktische instructies of werkwijzen overbrengen
De onderwerpen sluiten aan bij het volwassen leven in Nederland, zoals een omscholingstraject in de bouwsector, een buurtapp of achtergronden bij menselijke emoties. Bij elke tekst beantwoord je vragen over de hoofdgedachte, de mening van een betrokkene of de reden achter een voorbeeld. De laatste vraag van een tekst vraagt heel vaak naar het overkoepelende doel van de auteur, waarbij je kiest uit opties die beginnen met werkwoorden als uitleggen, overtuigen of informeren.
Zo is het onderdeel opgebouwd en zoveel tijd krijg je
Je krijgt tijdens het examen precies 35 meerkeuzevragen over zes verschillende teksten.
Je hebt 110 minuten.
In het examencentrum zit je achter een computer met het toetsprogramma Facet. De teksten zelf staan niet op het scherm. Je leest alle zes de teksten uit een papieren boekje dat naast je toetsenbord ligt. Op het beeldscherm zie je steeds een vraag met drie of soms vier antwoordopties. Boven elke vraag staat een schuine regel die aangeeft bij welke tekst uit het boekje de opgave hoort. Onderin het scherm vind je een knop voor het overzicht met een rooster van alle 35 vragen, waarin je ziet welke nummers je al hebt beantwoord of gemarkeerd. In het toetsprogramma loopt geen zichtbare klok mee die aftelt.
De eerste vijf teksten lees je helemaal door, maar tekst zes pak je anders aan. Tekst zes is een lange zoektekst van meer dan duizend woorden met reglementen, voorwaarden of praktische informatie over een opleiding. De instructie vermeldt uitdrukkelijk dat je bij deze laatste tekst steeds eerst de vraag leest en daarna gericht in de tekst zoekt naar het antwoord. De opgaven beginnen meestal met een korte situatie van een persoon die een bepaalde regel of datum zoekt.
Omdat de zes teksten samen meer dan vierduizend woorden tellen en tekst zes behoorlijk lang is, red je het niet als je elk onbekend woord langdurig probeert op te zoeken in een woordenboek. Je mag tijdens het examen wel een papieren Van Dale Pocketwoordenboek NT2 gebruiken om af en toe een lastig woord te controleren. Meer bijzonderheden over de officiële examendag lees je op de website van Staatsexamens Nt2.
Zo wordt het beoordeeld en dit is de cesuur
Elke vraag die je goed beantwoordt levert één punt op, wat een maximum van 35 punten geeft.
De cesuur is de minimale score die je moet halen om te slagen.
Het CvTE rekent je aantal goede antwoorden om naar een schaalscore. De cesuur van Staatsexamen NT2 Programma I ligt vast op een schaalscore van 500 punten. In het examen van 2025 betekende dit dat je minstens 24 van de 35 vragen goed moest beantwoorden om die minimale score van 500 te halen. Haal je 23 punten, dan zakt je score onder de 500 en ben je niet geslaagd. Vanaf 24 punten heb je een voldoende.
Elk goed antwoord telt mee. Er gaan geen punten af voor foute keuzes. Vul daarom bij iedere vraag een antwoord in, ook wanneer je moet kiezen tussen twee opties die beide mogelijk lijken.
Dit is anders dan bij het A2-inburgeringsexamen
Veel kandidaten denken dat Programma I een iets moeilijkere versie is van het inburgeringsexamen op A2-niveau, maar de twee examens verschillen wezenlijk van elkaar.
De verschillen zitten vooral in de opzet:
- De vorm en hulpmiddelen: bij A2 lees je korte teksten direct op het beeldscherm zonder woordenboek, terwijl je bij B1 lange teksten uit een papieren boekje leest en een goedgekeurd NT2-woordenboek mag meenemen.
- De organisatie en duur: het A2-examen duurt 65 minuten voor 25 vragen en valt onder DUO, terwijl dit B1-examen 110 minuten duurt voor 35 vragen en eigendom is van het CvTE.
Als je slaagt voor Staatsexamen NT2 Programma I, voldoe je direct aan de inburgeringsplicht voor het onderdeel taal en hoef je de vier A2-taalexamens niet te doen. DUO registreert je uitslag en regelt de inschrijving via DUO.
Zo oefen je: de officiële Facet-oefenomgeving en onze oefenvragen
Een goede voorbereiding op het examen vraagt om twee verschillende vaardigheden: leren scannen en wennen aan het computerscherm.
Het CvTE stelt een openbaar oefenportaal beschikbaar waarin je met echte examens kunt oefenen in dezelfde Facet-omgeving als op de examendag. In die portal download en print je eerst het tekstboekje, waarna je de bijbehorende vragen digitaal beantwoordt. Oefen deze examens via het Facet openbaar portaal.
In onze app oefen je gericht met opgaven die precies aansluiten op de officiële vraagsoorten en afleiders van het B1-examen. Oefen zowel met het snelle opzoekwerk voor de zoektekst als met het bepalen van het tekstdoel, zodat je op de examendag ontspannen aan de 110 minuten begint.