Wat Luisteren op B1 van je vraagt
Het onderdeel Luisteren van Staatsexamen NT2 Programma I toetst of je gesproken Nederlands op de werkvloer, tijdens een opleiding en in het dagelijks leven goed kunt begrijpen. De gesprekken gaan over praktische situaties, zoals een functioneringsgesprek met een leidinggevende, uitleg over een beroepsopleiding of een overleg over een buurtproject. Je luistert naar mensen die praten zoals in het dagelijks leven, compleet met natuurlijke pauzes, twijfels en herhalingen.
De officiële richtlijnen van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) verdelen de opgaven over twee luistervaardigheden: globaal luisteren en selectief luisteren. Bij globaal luisteren bepaal je waar een tekst in grote lijnen over gaat of wat het standpunt van een spreker is. Bij selectief luisteren zoek je naar gerichte informatie in het fragment, zoals een reden, een voorwaarde, een instructie of een genomen besluit.
Zo is het onderdeel opgebouwd en zoveel tijd krijg je
Het examen duurt 90 minuten. In die tijd beantwoord je 38 of 39 meerkeuzevragen. Deze vragen zijn verdeeld over 5 tot 7 fragmenten, waarbij elk fragment uit 6 tot 8 vragen bestaat. Het laatste fragment van het examen is altijd een videofragment, terwijl de eerdere fragmenten alleen uit geluid bestaan.
De toetsing verloopt per vraag in vaste stappen. Elk fragment begint met een scherm waarop de situatie en de namen van de sprekers staan. Daarna hoor je een inleiding van het gesprek zonder dat je daar een vraag over beantwoordt. Alleen bij het eerste fragment van het examen volgt hierna een uitgewerkt voorbeeld met het goede antwoord. Vanaf dat moment hoor je voor elke opgave een los audiofragment. In het toetssysteem herken je de overzichtsschermen aan een informatie-icoon tussen de genummerde opgaven.
Voor iedere vraag krijg je eerst 25 seconden leestijd om de vraag en de drie antwoordopties door te nemen. Zodra die tijd voorbij is, start het bijbehorende geluidsfragment vanzelf. Je hoort ieder fragment slechts één keer, want er is geen knop om het geluid opnieuw af te spelen. Elke vraag telt altijd drie keuzes (A, B of C), waarbij de opties soms bestaan uit tekeningen in plaats van geschreven tekst. Vóór de start van het examen controleer je eerst je hoofdtelefoon met een korte testtoon om het volume goed in te stellen.
Woordenboeken zijn niet toegestaan.
Zo wordt het beoordeeld en dit is de cesuur
Ieder goed antwoord levert één punt op, waarna de examensoftware je totaalscore omzet naar een schaalscore. Een voldoende begint bij een schaalscore van 500 punten. In 2024 en 2025 kwam dat neer op 24 tot 26 goede antwoorden; het precieze aantal wisselt per examen, omdat CvTE de ruwe score per versie omrekent.
De puntentelling werkt volgens twee vaste regels:
- Elk juist gekozen antwoord levert precies één punt op.
- Voor een fout antwoord worden geen punten afgetrokken.
Omdat de moeilijkheidsgraad per examen iets kan variëren, berekent de examencommissie na afloop de exacte cesuur, waardoor je in recente jaren tussen de 24 en 26 vragen goed moest hebben om te slagen. In 2023 lag de cesuur bijvoorbeeld op 24 van de 38 punten (63,2 procent). In 2024 lag de grens op 26 van de 38 punten (68,4 procent), en in 2025 had je 26 van de 39 punten nodig (66,7 procent). De exacte slaaggrens kan per afname dus een klein beetje verschuiven.
Dit is anders dan bij het A2-inburgeringsexamen
Staatsexamen NT2 Programma I is geen zwaardere versie van het inburgeringsexamen op A2-niveau, maar een ander examen met eigen regels. Wie slaagt voor Staatsexamen NT2 op B1-niveau, voldoet direct aan de inburgeringsplicht en hoeft de A2-taalexamens niet af te leggen.
Het grootste praktische verschil zit in het afspelen van het geluid. Bij het A2-examen mag je een luisterfragment opnieuw beluisteren zolang je binnen de totale examentijd blijft. Bij Staatsexamen NT2 Luisteren op B1 kan dat niet: je hoort elk stukje tekst maar één keer. Daarnaast duurt het A2-examen slechts 45 minuten voor 25 vragen, terwijl je op B1 dubbel zoveel tijd krijgt voor 38 of 39 vragen.
Ook de vorm van de vragen verschilt. Op A2 luister je vaak naar een langer fragment en beantwoord je daarna meerdere vragen, terwijl B1 het gesprek opknipt in losse stukjes per vraag met 25 seconden voorbereidingstijd vooraf. Bovendien heeft B1 altijd strikt drie keuzes per vraag, terwijl A2 regelmatig vier keuzes toont. Waar DUO de inschrijving en de uitslag van het Staatsexamen NT2 regelt, is het CvTE de officiële eigenaar van de inhoud en de normering.
Zo oefen je: de officiële Facet-oefenomgeving en onze oefenvragen
Een goede voorbereiding op B1 Luisteren vraagt om oefening die aansluit op de werking van het echte toetssysteem. Omdat je tijdens het examen niet kunt terugspoelen, moet je leren om in 25 seconden de vraag en de drie opties te analyseren vóór het geluid start.
Het CvTE stelt eerdere examens beschikbaar via het Facet openbaar portaal. In die officiële oefenomgeving zie je precies hoe de schermen werken, hoe de geluidscontrole verloopt en hoe de klok van 25 seconden aftelt. Door daar complete examens te maken, raak je vertrouwd met het tempo en het wegvallen van de herhaalknop.
Tijdens het oefenen kom je vier bekende typen afleiders tegen:
- Een optie wordt door een spreker genoemd, maar meteen daarna verworpen.
- De bewering klopt inhoudelijk, maar wordt door de andere spreker gedaan.
- De informatie gold in het verleden, terwijl de vraag over de huidige situatie gaat.
- Woorden zoals niet, geen, nauwelijks of pas keren de betekenis van de zin om.
Combineer de voorbeeldexamens van Facet met onze oefenvragen om gericht te trainen op deze afleidende antwoorden. Let bij het luisteren vooral op signaalwoorden en meningen, en kies altijd een antwoord, ook als je twijfelt.